| |
Column van Volksvertegenwoordiger Filip De Man,
"de gevaarlijkste van alle Blokkers" (De Morgen, 4.4.2003)
|
Column van Volksvertegenwoordiger Filip De Man,
"de gevaarlijkste van alle Blokkers" (De Morgen, 4.4.2003)
|
Subnationaliteit in Brussel
24.06.2008 10.32u - Vandaag schrijft Luc Van der Kelen in Het Laatste Nieuws over de “onmogelijke splitsing” van België omwille van Brussel en de sociale zekerheid. LvdK: “Het probleem is dat de twee gemeenschappen in Brussel zo verweven zijn, dat ze niet uiteen te halen zijn. Er kunnen in dezelfde stad geen twee sociale zekerheidsstelsels naast elkaar bestaan”. Eigenaardig genoeg vernoemt deze intelligente en toch Belgisch gezinde journalist tegelijk de methode die een splitsing wèl mogelijk maakt: “Dat zou leiden tot sociale shopping: de mensen zouden onvermijdelijk vrij zijn om dat systeem te kiezen dat de beste uitkeringen doet of dat het minste voorwaarden of vragen stelt.” Welnu, dat is precies wat ik tien jaar geleden voorstelde tijdens het Brussel-Congres van het Vlaams Blok: voer de subnationaliteit in en op middellange termijn winnen we sociaal-economisch het pleit in Brussel. Zoals steeds wilden de andere Vlaamse partijen niet luisteren en zitten we nu – een decennium later – met een hoofdstad die nog minder Vlamingen telt dan toen (een kleine honderdduizend) en meer vreemdelingen dan ooit. Maar zeg nu zelf: indien zij de kans zouden krijgen, zouden de Brusselaars dan kiezen voor een doodarm Wallo-Brux of voor het rijke Vlaanderen?
Bijlage: een brief aan ’t Pallieterke uit die periode
Brussel: alleen een offensieve strategie werkt Her en der blijken in Vlaanderen stemmen op te gaan om Brussel aan zijn lot over te laten. Deze optie lijkt op het eerste gezicht verdedigbaar: de hoofdstad vormt immers, door de voortschrijdende opsplitsing van België, het nakende wegvallen van de Belgische frank en de ontluisterende tribulaties binnen het Belgisch koningshuis, zowat de enige rem om voluit te gaan. Vlaanderen zou eindelijk de kans hebben om z’n weg zelf uit te stippelen en zich te ontplooien naar eigen inzicht, zonder daarin steevast tegengewerkt te worden door het bijzonder irriterende Waalse profitariaat. Wie echter pleit voor dit loslaten van Brussel-19, verliest uit het oog dat in de hoofdstad nog steeds een kwart miljoen Vlamingen wonen. Een kleine honderdduizend van hen staan als Nederlandstaligen geregistreerd en tot nu toe formuleerde niemand een visie op dit niet onbelangrijk feit: wat moet er met die Vlaamse mensen gebeuren, welke bescherming zullen zij nog genieten in een stad die koudweg door Vlaanderen werd afgestoten? Bovendien leeft in de hoofdstad een nog grotere groep verfranste Vlamingen en veel van deze mensen zijn volgens mijn ervaring te bewegen tot een keuze voor Vlaanderen. Binnen de Vlaamse Beweging meesmuilend doen over hen, is volstrekt onlogisch: men doet toch ook niet meewarig over de Zuid-Vlamingen in het Franse Département du Nord. Naast deze overwegingen die onze mensen rechtstreeks aanbelangen, zijn er natuurlijk ook geopolitieke en economische argumenten. Het zou dwaas zijn een stad uit het Vlaamse grondgebied weg te snijden: Brussel ligt helemaal in Vlaanderen (de stad grènst niet eens aan Wallonië) en bovendien is de economische verwevenheid met Vlaanderen er zeer groot. Op Europees vlak zouden de Vlamingen zwaar politiek gezichtsverlies lijden door het opgeven van hun ‘Vlaamse hoofdstad’ (zoals officieel door Vlaanderen vastgelegd, juist vanuit de bekommernis om Brussel niet te verliezen). En tenslotte: het oud-Dietse Broekzele weggeven, zou beschamend zijn. Een zelfbewust volk doet zoiets niet. Men moet dus een offensieve strategie doorvoeren, de aanval is per slot van rekening nog altijd de beste verdediging. Veel te lang zijn de Vlaamse politici in het defensief gebleven, met het normale gevolg van een steeds groter verlies op het Brussels terrein. Offensieve actie dus, en dat is minder moeilijk dan sommigen vrezen. Brussel leeft immers bij de gratie van het Vlaamse manna dat in steeds grotere hoeveelheden aan de hoofdstad wordt geschonken. De Brusselse Franstalige baronnetjes profiteren daar schaamteloos van, om de eenvoudige reden dat de Vlamingen hen deze miljardenstroom nooit onder de neus wrijven. Nochtans zegt het spreekwoord ‘wiens brood men eet, wiens woord men spreekt’. Het komt er alleen op aan dit effectief toe te passen. De Franstaligen moeten dus eerst en vooral tot betere gedachten gebracht worden door aan de Vlaamse subsidiëring strikte voorwaarden te koppelen en de afspraken ook effectief af te dwingen. Anders gaat de kraan dicht. De tweede manier bestaat er in om in Brussel geleidelijk de Vlaamse subnationaliteit in te voeren en die voor steeds meer domeinen te doen gelden. Met gratis busticketjes en dito cultuurbonnen voor de Brusselse Vlamingen komen we er niet, àlle voorzieningen in de sociale zekerheid moeten eveneens op deze subnationaliteit afgestemd worden. Vlaanderen moet dus zwaar investeren in een degelijk (en tuchtvol) Nederlandstalig onderwijs, degelijke Vlaams-Brusselse ziekenhuizen, voldoende kinderopvang, een voorbeeldige zieken- en seniorenzorg. Met de subnationaliteit kan men trouwens nog veel meer bereiken: naarmate de druk van belastingen en taksen in Vlaanderen daalt ten opzichte van ‘WalloBrux’, zullen steeds meer Brusselaars hun blik (en hun belastingaangifte) naar het Noorden richten. Al deze elementen zullen evenzovele redenen vormen om de verfranste Brusselaars een mentale sprong te doen maken. Of met andere woorden gezegd: enkel op deze manier zullen zij kiezen voor de Vlamingen. Deze evolutie is trouwens al merkbaar: in de stad waar de Vlamingenhaters van het FDF ooit de helft van de stemmen behaalden, blijken steeds meer Franstalige Brusselaars hun kinderen naar een Vlaamse school te sturen[1]. Het Nederlandstalig onderwijs in Brussel biedt immers een hoger niveau dan het Franstalige (dat veel meer vreemdelingen herbergt).
Een mentaliteitswijziging kàn dus, zeker als de Vlamingen leren om hun geld zèlf in Brussel te besteden, in plaats van dat over te laten aan arrogante lieden als de Donnéa, Hasquin of Gosuin.
[1]Het is evident dat bijzondere inspanningen zoals extra taallessen zullen nodig zijn, maar op lange termijn kan Vlaanderen hier alleen bij winnen.
|
|
|
Subnationaliteit in Brussel
24.06.2008 10.32u - Vandaag schrijft Luc Van der Kelen in Het Laatste Nieuws over de “onmogelijke splitsing” van België omwille van Brussel en de sociale zekerheid. LvdK: “Het probleem is dat de twee gemeenschappen in Brussel zo verweven zijn, dat ze niet uiteen te halen zijn. Er kunnen in dezelfde stad geen twee sociale zekerheidsstelsels naast elkaar bestaan”. Eigenaardig genoeg vernoemt deze intelligente en toch Belgisch gezinde journalist tegelijk de methode die een splitsing wèl mogelijk maakt: “Dat zou leiden tot sociale shopping: de mensen zouden onvermijdelijk vrij zijn om dat systeem te kiezen dat de beste uitkeringen doet of dat het minste voorwaarden of vragen stelt.” Welnu, dat is precies wat ik tien jaar geleden voorstelde tijdens het Brussel-Congres van het Vlaams Blok: voer de subnationaliteit in en op middellange termijn winnen we sociaal-economisch het pleit in Brussel. Zoals steeds wilden de andere Vlaamse partijen niet luisteren en zitten we nu – een decennium later – met een hoofdstad die nog minder Vlamingen telt dan toen (een kleine honderdduizend) en meer vreemdelingen dan ooit. Maar zeg nu zelf: indien zij de kans zouden krijgen, zouden de Brusselaars dan kiezen voor een doodarm Wallo-Brux of voor het rijke Vlaanderen?
Bijlage: een brief aan ’t Pallieterke uit die periode
Brussel: alleen een offensieve strategie werkt Her en der blijken in Vlaanderen stemmen op te gaan om Brussel aan zijn lot over te laten. Deze optie lijkt op het eerste gezicht verdedigbaar: de hoofdstad vormt immers, door de voortschrijdende opsplitsing van België, het nakende wegvallen van de Belgische frank en de ontluisterende tribulaties binnen het Belgisch koningshuis, zowat de enige rem om voluit te gaan. Vlaanderen zou eindelijk de kans hebben om z’n weg zelf uit te stippelen en zich te ontplooien naar eigen inzicht, zonder daarin steevast tegengewerkt te worden door het bijzonder irriterende Waalse profitariaat. Wie echter pleit voor dit loslaten van Brussel-19, verliest uit het oog dat in de hoofdstad nog steeds een kwart miljoen Vlamingen wonen. Een kleine honderdduizend van hen staan als Nederlandstaligen geregistreerd en tot nu toe formuleerde niemand een visie op dit niet onbelangrijk feit: wat moet er met die Vlaamse mensen gebeuren, welke bescherming zullen zij nog genieten in een stad die koudweg door Vlaanderen werd afgestoten? Bovendien leeft in de hoofdstad een nog grotere groep verfranste Vlamingen en veel van deze mensen zijn volgens mijn ervaring te bewegen tot een keuze voor Vlaanderen. Binnen de Vlaamse Beweging meesmuilend doen over hen, is volstrekt onlogisch: men doet toch ook niet meewarig over de Zuid-Vlamingen in het Franse Département du Nord. Naast deze overwegingen die onze mensen rechtstreeks aanbelangen, zijn er natuurlijk ook geopolitieke en economische argumenten. Het zou dwaas zijn een stad uit het Vlaamse grondgebied weg te snijden: Brussel ligt helemaal in Vlaanderen (de stad grènst niet eens aan Wallonië) en bovendien is de economische verwevenheid met Vlaanderen er zeer groot. Op Europees vlak zouden de Vlamingen zwaar politiek gezichtsverlies lijden door het opgeven van hun ‘Vlaamse hoofdstad’ (zoals officieel door Vlaanderen vastgelegd, juist vanuit de bekommernis om Brussel niet te verliezen). En tenslotte: het oud-Dietse Broekzele weggeven, zou beschamend zijn. Een zelfbewust volk doet zoiets niet. Men moet dus een offensieve strategie doorvoeren, de aanval is per slot van rekening nog altijd de beste verdediging. Veel te lang zijn de Vlaamse politici in het defensief gebleven, met het normale gevolg van een steeds groter verlies op het Brussels terrein. Offensieve actie dus, en dat is minder moeilijk dan sommigen vrezen. Brussel leeft immers bij de gratie van het Vlaamse manna dat in steeds grotere hoeveelheden aan de hoofdstad wordt geschonken. De Brusselse Franstalige baronnetjes profiteren daar schaamteloos van, om de eenvoudige reden dat de Vlamingen hen deze miljardenstroom nooit onder de neus wrijven. Nochtans zegt het spreekwoord ‘wiens brood men eet, wiens woord men spreekt’. Het komt er alleen op aan dit effectief toe te passen. De Franstaligen moeten dus eerst en vooral tot betere gedachten gebracht worden door aan de Vlaamse subsidiëring strikte voorwaarden te koppelen en de afspraken ook effectief af te dwingen. Anders gaat de kraan dicht. De tweede manier bestaat er in om in Brussel geleidelijk de Vlaamse subnationaliteit in te voeren en die voor steeds meer domeinen te doen gelden. Met gratis busticketjes en dito cultuurbonnen voor de Brusselse Vlamingen komen we er niet, àlle voorzieningen in de sociale zekerheid moeten eveneens op deze subnationaliteit afgestemd worden. Vlaanderen moet dus zwaar investeren in een degelijk (en tuchtvol) Nederlandstalig onderwijs, degelijke Vlaams-Brusselse ziekenhuizen, voldoende kinderopvang, een voorbeeldige zieken- en seniorenzorg. Met de subnationaliteit kan men trouwens nog veel meer bereiken: naarmate de druk van belastingen en taksen in Vlaanderen daalt ten opzichte van ‘WalloBrux’, zullen steeds meer Brusselaars hun blik (en hun belastingaangifte) naar het Noorden richten. Al deze elementen zullen evenzovele redenen vormen om de verfranste Brusselaars een mentale sprong te doen maken. Of met andere woorden gezegd: enkel op deze manier zullen zij kiezen voor de Vlamingen. Deze evolutie is trouwens al merkbaar: in de stad waar de Vlamingenhaters van het FDF ooit de helft van de stemmen behaalden, blijken steeds meer Franstalige Brusselaars hun kinderen naar een Vlaamse school te sturen[1]. Het Nederlandstalig onderwijs in Brussel biedt immers een hoger niveau dan het Franstalige (dat veel meer vreemdelingen herbergt).
Een mentaliteitswijziging kàn dus, zeker als de Vlamingen leren om hun geld zèlf in Brussel te besteden, in plaats van dat over te laten aan arrogante lieden als de Donnéa, Hasquin of Gosuin.
[1]Het is evident dat bijzondere inspanningen zoals extra taallessen zullen nodig zijn, maar op lange termijn kan Vlaanderen hier alleen bij winnen.
|
|
|
|
 |
© 2005-2008 Filip De Man |
 |
|
|