Startpagina Fotogalerij   Info   Zoeken   Halle-Vilvoorde  
  Notities van mijn vader
  Nota's van mijn vader


Over etnocentrisme en zelfrespect

11.05.2007 11.50u - Van alle kronkels in het ‘progressieve’ gedachtegoed is de banvloek tegen het etnocentrisme een der meest bevreemdende.
De term is van recente oorsprong, en duidt de opvatting aan dat de eigen groep het uitgangspunt en de maatstaf is bij de beoordeling van andere groepen, en bij uitbreiding, van andere volkeren, naties en culturen.
Die denkwijze is zo vanzelfsprekend dat ze ook in het Westen, het enige cultuurgebied waar het etnocentrisme in verdenking wordt gesteld, toonaangevend is.
Sterker nog, zelfs de bestrijders van het etnocentrisme stellen zich op als overtuigde etnocentristen. Zij verkondigen immers de onovertroffen voortreffelijkheid van de democratie en van de doctrine van de mensenrechten, die geheel door westerse breinen zijn bedacht, en die ook vandaag nog quasi uitsluitend in het Westen gestalte krijgen in de politieke instellingen. Democratie en mensenrechten, zo stellen zij, zouden in de hele wereld ingevoerd en gehandhaafd horen te worden.
Met andere woorden: onze waarden, normen en instellingen zijn superieur aan alle andere; Er bestaat dus in het Westen een algemene consensus dat, wat de politieke opvattingen en instellingen betreft, de rest van de wereld er goed aan zou doen ons glanzende voorbeeld te volgen.
Deze gedachtegang staat haaks op de leer van de gelijkwaardigheid van alle culturen, door de filosoof Richard Rorty raak omschreven als een ‘western eccentricity’, en op de verbetenheid waarmee het Europese establishment elke uiting van westerse superioriteit hekelt en probeert te verbieden.
In de vaart der volkeren is uiteraard niet enkel het politieke bestel bepalend. De economische bloei, bevorderd door ondernemingszin, wetenschap en technologie, de sociale voorzieningen van de welvaartstaat, de kwaliteit van gezondheidszorg en onderwijs, de waarborgen van de rechtsstaat zijn de meest opvallende kenmerken waardoor de hedendaagse westerse beschaving gunstig tegen andere culturen afsteekt.
Nu getuigt het wellicht van een twijfelachtige smaak de eigen loftrompet te steken. Elke volk, elke natie heeft het recht haar structuren volgens eigen inzichten en mogelijkheden uit te bouwen. Bovendien moet de Europeaan die in de loop der eeuwen door zijn veroveringsdrang de kansen en mogelijkheden van de Derde Wereld in aanzienlijke mate heeft aangetast, niet te hoog van de toren blazen. De Europese naties zouden de gevolgen van hun economische overheersing kunnen milderen door ten minste de afgesproken 0,7% van het BNP aan ontwikkelingshulp te besteden en ervoor te zorgen dat die hulp ook goed besteed wordt. Maar ze geven niet thuis.
In alle bescheidenheid kan men wel stellen dat onze methodes om de samenleving in te richten voor ons de best mogelijke resultaten opleveren, en dat ze wellicht navolging verdienen. Tot ongeveer 25 jaar geleden kon men hiermee volstaan.
Maar vandaag leven we in een heel andere wereld, een wereld waarin onze eigen cultuur wordt bedreigd. Nu is er nood aan ondubbelzinnige zelfbevestiging.
Het continent is immers het toneel van de veelbesproken botsing der beschavingen. In het netwerk der Eurocratie, dat financiers, politici en hoge ambtenaren omvat, heeft men besloten deze stand van zaken in alle toonaarden te ontkennen. Hen gaat het erom Europa te besturen en te beheersen buiten en boven de volkeren om.
Omdat ze voorlopig nog altijd met naties en nationale parlementen zijn opgescheept, is bij hen de idee gerezen om het onwillige etnocentrische, dat is aan zijn eigen normen, levenswijze en tradities gehechte, electoraat geleidelijk door import van kiezers uit vreemde culturen te vervangen. Dat deze nieuwkomers zelf ook tot in de toppen van hun tenen etnocentrisch zijn, en zich, ook gewapend met een Belgisch paspoort, Turk of Marokkaan blijven voelen, is niets meer dan een onbelangrijke bijzaak. Hoofdzaak is de afbouw van de naties, en de inperking van de democratie. Hoe meer inwijkelingen Europa telt, hoe sterker de democratie onder druk komt te staan. De terroristische aanslagen, de cartoonkwestie en het daarmee gepaard gaande schouwspel van Europese verantwoordelijken die zich liever in het stof wentelen dan op te komen voor de vrije meningsuiting, de torenhoge werkloosheid en de bedroevende schoolresultaten van allochtonen, de gettovorming en de opstanden in de gekleurde wijken, ontwrichten een staatsbestel dat terecht als het beste van alle denkbare staatsvormen is omschreven.
‘Nationale trots is voor landen wat zelfrespect is voor individuen, een noodzakelijke voorwaarde voor zelfontplooiing.’ (Richard Rorty in ‘Against bosses, against oligarchies’)
Waar het alternatief zich opdringt tussen etnocentrisch zelfrespect of politiek correcte zelfverloochening, lijkt de keuze gauw gemaakt.

Jos De Man


25.08.2008 .......  Patrick verzet de bakens
06.06.2008 .......  Veilig Nederland
30.05.2008 .......  Campagne
29.03.2008 .......  De stralende toekomst van Darfoer
27.03.2008 .......  Provocatie
02.02.2008 .......  Spijt

 Archief


Over etnocentrisme en zelfrespect

02.02.2008 17.35u - Van alle kronkels in het ‘progressieve’ gedachtegoed is de banvloek tegen het etnocentrisme een der meest bevreemdende.
De term is van recente oorsprong, en duidt de opvatting aan dat de eigen groep het uitgangspunt en de maatstaf is bij de beoordeling van andere groepen, en bij uitbreiding, van andere volkeren, naties en culturen.
Die denkwijze is zo vanzelfsprekend dat ze ook in het Westen, het enige cultuurgebied waar het etnocentrisme in verdenking wordt gesteld, toonaangevend is.
Sterker nog, zelfs de bestrijders van het etnocentrisme stellen zich op als overtuigde etnocentristen. Zij verkondigen immers de onovertroffen voortreffelijkheid van de democratie en van de doctrine van de mensenrechten, die geheel door westerse breinen zijn bedacht, en die ook vandaag nog quasi uitsluitend in het Westen gestalte krijgen in de politieke instellingen. Democratie en mensenrechten, zo stellen zij, zouden in de hele wereld ingevoerd en gehandhaafd horen te worden.
Met andere woorden: onze waarden, normen en instellingen zijn superieur aan alle andere; Er bestaat dus in het Westen een algemene consensus dat, wat de politieke opvattingen en instellingen betreft, de rest van de wereld er goed aan zou doen ons glanzende voorbeeld te volgen.
Deze gedachtegang staat haaks op de leer van de gelijkwaardigheid van alle culturen, door de filosoof Richard Rorty raak omschreven als een ‘western eccentricity’, en op de verbetenheid waarmee het Europese establishment elke uiting van westerse superioriteit hekelt en probeert te verbieden.
In de vaart der volkeren is uiteraard niet enkel het politieke bestel bepalend. De economische bloei, bevorderd door ondernemingszin, wetenschap en technologie, de sociale voorzieningen van de welvaartstaat, de kwaliteit van gezondheidszorg en onderwijs, de waarborgen van de rechtsstaat zijn de meest opvallende kenmerken waardoor de hedendaagse westerse beschaving gunstig tegen andere culturen afsteekt.
Nu getuigt het wellicht van een twijfelachtige smaak de eigen loftrompet te steken. Elke volk, elke natie heeft het recht haar structuren volgens eigen inzichten en mogelijkheden uit te bouwen. Bovendien moet de Europeaan die in de loop der eeuwen door zijn veroveringsdrang de kansen en mogelijkheden van de Derde Wereld in aanzienlijke mate heeft aangetast, niet te hoog van de toren blazen. De Europese naties zouden de gevolgen van hun economische overheersing kunnen milderen door ten minste de afgesproken 0,7% van het BNP aan ontwikkelingshulp te besteden en ervoor te zorgen dat die hulp ook goed besteed wordt. Maar ze geven niet thuis.
In alle bescheidenheid kan men wel stellen dat onze methodes om de samenleving in te richten voor ons de best mogelijke resultaten opleveren, en dat ze wellicht navolging verdienen. Tot ongeveer 25 jaar geleden kon men hiermee volstaan.
Maar vandaag leven we in een heel andere wereld, een wereld waarin onze eigen cultuur wordt bedreigd. Nu is er nood aan ondubbelzinnige zelfbevestiging.
Het continent is immers het toneel van de veelbesproken botsing der beschavingen. In het netwerk der Eurocratie, dat financiers, politici en hoge ambtenaren omvat, heeft men besloten deze stand van zaken in alle toonaarden te ontkennen. Hen gaat het erom Europa te besturen en te beheersen buiten en boven de volkeren om.
Omdat ze voorlopig nog altijd met naties en nationale parlementen zijn opgescheept, is bij hen de idee gerezen om het onwillige etnocentrische, dat is aan zijn eigen normen, levenswijze en tradities gehechte, electoraat geleidelijk door import van kiezers uit vreemde culturen te vervangen. Dat deze nieuwkomers zelf ook tot in de toppen van hun tenen etnocentrisch zijn, en zich, ook gewapend met een Belgisch paspoort, Turk of Marokkaan blijven voelen, is niets meer dan een onbelangrijke bijzaak. Hoofdzaak is de afbouw van de naties, en de inperking van de democratie. Hoe meer inwijkelingen Europa telt, hoe sterker de democratie onder druk komt te staan. De terroristische aanslagen, de cartoonkwestie en het daarmee gepaard gaande schouwspel van Europese verantwoordelijken die zich liever in het stof wentelen dan op te komen voor de vrije meningsuiting, de torenhoge werkloosheid en de bedroevende schoolresultaten van allochtonen, de gettovorming en de opstanden in de gekleurde wijken, ontwrichten een staatsbestel dat terecht als het beste van alle denkbare staatsvormen is omschreven.
‘Nationale trots is voor landen wat zelfrespect is voor individuen, een noodzakelijke voorwaarde voor zelfontplooiing.’ (Richard Rorty in ‘Against bosses, against oligarchies’)
Waar het alternatief zich opdringt tussen etnocentrisch zelfrespect of politiek correcte zelfverloochening, lijkt de keuze gauw gemaakt.

Jos De Man
© 2005-2008 Filip De Man