| |
Notities van mijn vader
|
Nota's van mijn vader
|
De mens en zijn rechten
25.06.2007 10.38u - In de schoot van totalitaire godsdiensten zoals het christendom in zijn bloeitijd en de Islam tot vandaag wordt het oordeel over goed en kwaad overgelaten aan een almachtige God, en aan zijn stadhouders, de pausen, prelaten, ayatollahs of imams. In de christelijke sfeer overleeft deze tendens in de verwijzing naar De Mens, de godheid van de postmoderne tijd, net als de diverse Goden een uit de lucht gegrepen abstractie. Zowel gelovigen als ongelovigen kunnen thans zondigen tegen De Mens.
Hoe zou die Mens met zijn universele normen en waarden dan zijn ontstaan, en waar treft men hem aan? Niet bij de vele culturen en volkeren die de wereld bevolken en die allemaal uiteenlopende of onverenigbare morele opvattingen huldigen. Niet in de natuur, gestuurd door de evolutie, die de aanpassing bevordert aan zeer uiteenlopende biotopen, en dus de aanzet geeft tot een bonte verzameling van culturen.
Neen, de Mens is een schimmig fenomeen, gedestilleerd uit transcendente verzuchtingen.
Transcendent is alles wat behoort tot een verzonnen wereld, elk concept dat opgehangen is aan hemelhaken (term die we danken aan de filosoof Daniel Dennett), alles wat zich in het ijle en irreële beweegt. Wie met beide voeten op de grond staat beseft dat, als er al sprake zou zijn van een universele Mens, dit eerder een door hebzucht en machtswellust gedreven, agressieve creatuur zou zijn, die er in uitzonderlijke, en waarschijnlijk hoogst kortstondige omstandigheden, zoals die zich voordoen in een democratie, in slaagt deze kenmerken te temperen door overleg en bepaalde vormen van wederzijds altruïsme.
De MENS is een uitvinding van de menswetenschappen.
Ongetwijfeld is dé mens een interessant levend wezen, net als de eschericia coli, de coelaocanth en de dromedaris.
Wanneer men wegstreept alles wat des mensen is, te weten alle verschillen – van herkomst, cultuur, taal, geschiedenis, godsdienst, tradities, zeden en gewoonten, mentaliteit, genoom, aanleg, voorkomen, opvoeding, afkomst, intelligentie – blijft de gelijke mens over. Dat is de démarche van de filantropen.
Zelfs eeneiige tweelingen zijn ongelijk.
De mythe van de gelijkheid is het absolute nulpunt van het politieke denken. Hebben alle mensen dan niet dezelfde rechten? Neen, omdat rechten worden afgedwongen, toegekend, gewaarborgd en gehandhaafd in een historische context, binnen een bepaalde gemeenschap, volgens normen die van gemeenschap tot gemeenschap verschillen.
Gelijkheid is een grondrecht, zo luidt het eerste axioma van de Universele verklaring van de rechten van de mens. De bewering lijkt eerder toepasselijk op engelen. Hoewel, zelfs engelen treden aan in een hiërarchisch gelid. En de hoofdengel Lucifer werd door ambitie, afgunst en wrok verteerd.
Gelijkheid is een valbijl. Robespierre heeft het gedemonstreerd, en Pol Pot heeft zijn methode op een tot dusver onovertroffen wijze verfijnd.
De sansculotten eisten ‘gelijkheid van genietingen’. Bizar, of de logische ultieme consequentie van het utopische denken?
Het is opmerkelijk hoe de socialistische politici, zelfbenoemde mandatarissen van de gelijkheid, overal vrolijk mee regeren en een economische orde in stand houden die de ongelijkheid bestendigt en bevordert.
Laten we wel wezen. De mens, zonder hoofdletter, wil niet gelijk zijn, hij wil beter zijn. Hij wil geen gelijke kansen, hij wil betere kansen. Hij wil geen gelijke rechten, hij wil betere rechten. De drijfveer van maatschappelijk handelen is niet de broederlijkheid maar het eigenbelang, vertaald in ambitie en hebzucht.
Men wil niet gelijk zijn, men wil erkend worden. Als zanger, voetballer, bergbeklimmer, als entertainer, quizfenomeen of zelfs politicus, om zijn verstand, fortuin, brede borst, mooie benen, zwembad of boot. Concurrentie en competitie zijn schering en inslag van het economisch reilen en zeilen, en van wat men, met veel goede wil, de volkscultuur kan noemen. We worden overstelpt met wedstrijden, prijsvragen, concours en tornooien, met ranglijsten, polls en peilingen. De drang om de medemens te overtreffen leidt, dank zij de massamedia, tot ongeëvenaarde hoogtepunten van potsierlijkheid.
Gelijke kansen? Hoe zouden de zwarte scholen ontstaan zijn? Ouders willen betere kansen voor hun kinderen.
Gelijke rechten? De ‘ elite’ die dit verkondigt, eigent zich steeds meer exclusieve rechten toe. Zo is de Europese Unie haar instrument om de politieke rechten van de volkeren te fnuiken.
Men zal opwerpen dat dergelijke voorbeelden uit de dagelijkse praktijk niet wegnemen dat gelijkheid een nastrevenswaardig ideaal is. Waarop zou men zich dan kunnen steunen om de kwestie te beslechten? Noch de nature, noch de nurture bieden terzake enig houvast. Genen en gebruiken zijn als vormgevers van de mens en zijn beschaving onontwarbaar met elkaar verstrengeld. De enige maatstaf is zijn handel en wandel.
Gelijkheid wordt begrensd door culturen en economische omstandigheden. Binnen een bepaalde cultuur en onder welomschreven voorwaarden, vastgelegd in wetten en andere voorschriften kunnen burgers min of meer gelijk behandeld worden. Voorbeeld: in moslimlanden worden alle vrouwen krachtens de Koran gelijk behandeld.
Integratie zou zijn ‘het als gelijkwaardig in de samenleving opnemen van een andere bevolkingsgroep (van een ander ras)’ (Van Dale) Wat is gelijkwaardig? Is het mogelijk een bevolkingsgroep te integreren die zich vanwege zijn band met de oppergod superieur voelt?
Zijn de vele varianten van het gevoel van eigenwaarde niet onverenigbaar met de gelijkwaardigheid?
Universele rechten veronderstellen universele normen. Tegenwoordig is er één universele norm: geld.
‘Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren.’ (Universele verklaring van de rechten van de mens)
Een intrigerende bewering.
Geen enkele mens wordt vrij geboren. De pasgeborene zal gedurende jaren afhankelijk zijn van en onderworpen aan het gezag van ouders en opvoeders. Verder zal de graad van vrijheid die hij kan verwerven worden bepaald door de culturele en economische context van zijn geboortestreek. Is een persoon vrij die geboren wordt in een gezin dat onder de armoedegrens leeft, of in een staat waar een tiran of een tirannieke sekte heerst?
2,8 miljard mensen moeten rondkomen van minder dan 2 dollar per dag. Zijn zij vrij? Worden hun kinderen vrij geboren?
Zou de moslim ‘vrij geboren’ worden? Het lijkt me onwaarschijnlijk. Moslim betekent immers letterlijk ‘onderworpen aan Allah’.
Er zijn, in de reële wereld twee soorten van vrijheden: de vergunde en de veroverde. Beide soorten zijn beperkt en voorlopig.
De vergunde vrijheden zijn de politieke rechten en vrijheden, die voortdurend door machthebbers allerhande worden bedreigd. Zo ligt thans in Europa de vrijheid van meningsuiting onder zwaar multicultureel vuur.
Veroverde vrijheid is een creatie van elk individu, en het vergt vaak een heel leven om een mate van autonomie te verwerven.
Hoe kan iemand geboren worden, bekleed met waardigheid?
Waardig is wat eerbied verdient of wekt, en eerbied is een gevoel van bewondering voor een superieure persoon.
Waardigheid kan niet worden afgeleid uit een declaratie of decreet. Men verwerft ze door zijn gedrag en verdienste. Respect dwingt men af door een beschaafde levenswandel of door wetenschappelijke of artistieke prestaties
De vaak met veel pathos gehanteerde concepten vrijheid, waardigheid en gelijkheid fungeren als rookgordijnen die verhullen hoe bar en boos het in de wereld toegaat.
Ze zijn niets meer dan woorden, van een hoofdletter voorzien en tot idolen verheven. Zo worden woorden waarden, en in het ergste geval worden waarden zwaarden. Hoeveel miljoenen mensen zijn er niet over de kling gejaagd in naam van de Gelijkheid, net zoals dat, ook vandaag nog gebeurt in naam van de enige ware God, de Barmhartige.
De geschiedenis is de triomftocht van de met waardigheid beklede mens die een eindeloze stoet van verhakkelde, vertrappelde, verhongerde en verkrachte slachtoffers aan zijn zegekar heeft gebonden.
In de Declaration of Independence werd nog verwezen naar een Schepper, die de Mens onvervreemdbare rechten zou hebben verleend. Inmiddels is gebleken dat het bestaan van zulk een Schepper niet op overtuigende wijze kan worden aangetoond. De Universele Verklaring blijft dan ook in het ongewisse aangaande de oorsprong van de
bijzondere attributen. Zij vertoont, net als de godsdiensten, de
op zich tegenstrijdige kenmerken van onbewijsbaarheid en aanspraak op algemene gelding.
Rechten waarmee men geacht wordt geboren te zijn noemt men ‘natuurlijke rechten’. Zij vloeien, naar verluidt, voort uit de ‘menselijke natuur’. Het humanisme dat deze term hanteert is een luchtspiegeling. Het komt niet verder dan de tautologie: een mens is een mens is een mens. Er is geen MENS. Er zijn enkel individuen met elk een eigen achtergrond en programma. Zij behoren tot stammen, rassen, clans, corporaties, religies, of belangengroepen die elkaar vaak het licht in de ogen niet gunnen, en dat in het beste geval enigszins weten te verdoezelen. Zij verschillen van elkaar in alle opzichten: geschiedenis, traditie, zeden, gewoonten en gebruiken, morele normen en politieke opvattingen, rechtsregels, kunst, wetenschap en technologie.
Enkele beschouwingen over de menselijke natuur:
‘L’homme se définit par le triple caractère archaique, infantile, névrotique.’ (de socioloog Edgar Morin, Le vif du sujet)
‘Homo sapiens has a long history of groups trying to exterminate other groups... the practice has been so widespred that it might be considered a characteristic of our species.’ (de evolutionair bioloog Paul E. Ehrlich, ’Human natures’)
‘We need to focus hard on individual human nature rather than rely on the vague truism of the collective ‘average’ or even the universal.’ (de bioloog Gabriel Dover, ’Dear Mr. Darwin’)
‘Omdat de natuurlijke selectie heeft ingewerkt op het gedrag van mensen die zichzelf en hun directe verwanten bevoordelen, dwingt de menselijke natuur ons in de richting van zelfzuchtigheid en stamverbondenheid. (de sociobioloog E.O. Wilson ‘De gouden kooi’)
‘The very idea of human nature is incompatible with a genuinely evolutionary understanding of our species’ immers, ‘human populations are characterized by evolved psychological variation, mutiple minds, rather than a single mind that is universal within human populations.’ (de filosoof David Buller, ’Adapting minds’).
‘I quite agree that our human rights culture is morally superior, but I do not think that this superiority counts in favor of the existence of a universal human nature.’ (de filosoof Richard Rorty, ’Truth and Progress’)
‘The study of human nature is at about the same stage as the study of the human genome, which is at about the same stage as the mapping of the world in the time of Herodotus.’(de zoöloog Matt Ridley, ’The red queen’)
‘Que peut bien ëtre la nature d’un homme, en dehors de ce qu’il est concrètement dans son existence présente?’ (Sartre, ’Situations III’)
In het model van Sigmund Freud wordt de menselijke natuur gedreven door twee krachten: zelfbehoud en seksuele drift. Menselijk gedrag is in hoge mate het product van onbewuste impulsen. Hier valt weinig inherente vrijheid of waardigheid aan vast te knopen. Egoïsme is dé menselijke drijfveer. Met de revelatie, later in zijn loopbaan van Thanatos, de destructieve neiging in de mens, wordt het plaatje nog somberder.
Karl Marx was een andere kenner van de menselijke natuur. Hij maakte een onderscheid tussen ‘vaste’ en ‘relatieve’ aandriften. Seks en honger behoren tot de eerste categorie. Alle andere neigingen, zoals deugden en ondeugden, ‘maken geen integrerend deel uit van de menselijke natuur’ maar ‘vinden hun oorsprong in bepaalde sociale structuren en bepaalde voorwaarden van productie en communicatie’. (geciteerd in Erich Fromm, ‘Marx’ s contribution to the knowledge of men’)
Wat volgt hieruit? Dat de aangeboren natuur van DE MENS bestaat in zijn aandrang om te paren en zich te voeden. Alle andere kenmerken verschillen van elkaar, afhankelijk van het sociale systeem. Niet echt een solide basis voor universele mensenrechten.
De in postmarxistische kring geprezen Franse filosoof Alain Badiou weet het volgende te melden over de Mens: ‘Met betrekking tot zijn eenvoudige natuur, zit de mens in hetzelfde schuitje als zijn biologische metgezellen. Deze systematische moordenaar streeft in de reusachtige mierenhopen die hij heeft opgebouwd belangen van overleving en bevrediging na, die niet meer noch minder achtenswaardig zijn dan het streven van de mollen of de glimwormen.’
Alain is wel erg radicaal, maar één zaak is zeker; bij hem moeten we de grondslag van de aangeboren menselijke waarheid, vrijheid en gelijkheid niet zoeken.
Is de Mens een analfabeet, zoals er miljarden zijn, of de aan bloed, seks en spelen verhangen voyeur die in het welvarende Westen zo vaak wordt aangetroffen, of een Kantiaan die het geloof in de Rede belijdt, zoals er 3.178 zijn?
De autonome mens die zich met het vlijmscherpe bijltje van zijn Rede een weg baant door het oerwoud van hartstochten, angsten, noden en belangen, is even zeldzaam als de bonobo op het Poolijs.
De functie van de rede is niet zozeer het formuleren van oordelen dan wel het verwerpen van vooroordelen.
Larousse geeft volgende definitie van de menselijke natuur: ‘ensemble des caractères particuliers, des dispositions qui distinguent un individu’ (cursivering van mij). Elke mens heeft een eigen natuur.
De Amerikaanse auteur Louis Menand : ‘What the new sciences of human nature seem to show, for all their investigation down there among the genes and the neural networks, is that ‘human nature’ is as much an abstraction as ‘God’ or ‘the universal law’. It is a magic wand that people wave over the practices they approve of. If that makes them feel better, who can complain? Human nature is never the reason for their approval, though’(The New Yorker, 22/11/2002).
Er is een apennatuur. Alle apen apen andere apen na. Wanneer de rechtop lopende aap begon te spreken is zijn natuur opgelost in een Babelse chaos.
De fictie van een ‘menselijke natuur’ is ook de grondslag van de Islam, die pretendeert de vitale behoeften en instincten van de mens te bevredigen. De leerstellingen van de sharia
die uit deze premisse voortvloeien verschillen nogal grondig van de westerse mensenrechten. Elke godsdienst heeft zijn eigen opvatting over de ‘menselijke natuur’.
Rechten worden niet uit een metafysische hoge hoed getoverd, maar vloeien voort uit strijd en praktijkervaring. Het is een langzaam proces. De ontwerpers van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring voerden de vrijheid principieel hoog in het vaandel, maar in de praktijk hadden ze geen bezwaren tegen de slavernij, die pas na de Burgeroorlog werd afgeschaft. De gelijkheid voor de wet veroverden de zwarte Amerikanen pas in de jaren zestig van de twintigste eeuw. Rechten worden afdwingbaar nadat een gemeenschap heeft ingezien dat zij beter zal functioneren wanneer bepaalde gangbare standpunten en praktijken worden verlaten. Zo is, na decennia van bitter debat, het vrouwenstemrecht ingevoerd. Zo hebben de arbeiders, na bijna een eeuw van oproer, het recht bevochten om zich in bonden te verenigen. Zo is er in Europa eeuwenlang gestreden tegen willekeurige opsluiting, en voor vrijheid van mening.
Niet samenhorigheid maar rivaliteit is de drijfveer van homo sapiens. Abel en Kain hebben eens en voor altijd de toon gezet. Zie ook Josef en zijn broeders. (Ik bedoel hier de oogappel van de vrouw van Putifar).
Zelfs de heiligen waren afgunstig van elkaar – naar het voorbeeld van de engelen wellicht.
Boeddha werd door de wijzen van zijn tijd misprezen.
De geschiedenis is een baaierd van conflicten; veroveringen, massamoord, triomf van de sterkste en knechting van de zwakke.
In het Westen is voor het eerst een systeem uitgeprobeerd dat de rivaliteit inperkt tot de economische sfeer, met een vreedzame competitie en een herverdeling van goederen die, in principe, ook de minst kansrijken toegang verschaft tot het levensnoodzakelijke. Dit systeem, opgebouwd uit een ingewikkelde serie van checks and balances is uiterst kwetsbaar.
Er kleven twee geringe bezwaren aan de universele mensenrechten: ze zijn, althans buiten de westerse wereld, geen rechten, want niet afdwingbaar, en ze zijn derhalve niet universeel.
Men kan de mensenrechten duiden als de blauwdruk van een utopie, een idyllische situatie die nooit heeft bestaan, en die, zo laat het zich aanzien, ook nooit zal bestaan.
Het zou al een enorme vooruitgang betekenen indien wij erin zouden slagen de primaire mensenrechten te handhaven, zoals die door Locke zijn beschreven, te weten het recht op leven en fysieke integriteit, het recht op eigendom, en de politieke rechten en vrijheden.
De tendens wijst, mede onder de druk van de demografische explosie, in de omgekeerde richting: een mensenleven is in uitgestrekte gebieden nog steeds geen prik waard, en in het Westen wordt door de supranationale en ondemocratische bureaucratie en haar politieke achterban ijverig aan de rechten en vrijheden geknaagd.
Jos De Man
|
|
 |
De mens en zijn rechten
02.02.2008 17.35u - In de schoot van totalitaire godsdiensten zoals het christendom in zijn bloeitijd en de Islam tot vandaag wordt het oordeel over goed en kwaad overgelaten aan een almachtige God, en aan zijn stadhouders, de pausen, prelaten, ayatollahs of imams. In de christelijke sfeer overleeft deze tendens in de verwijzing naar De Mens, de godheid van de postmoderne tijd, net als de diverse Goden een uit de lucht gegrepen abstractie. Zowel gelovigen als ongelovigen kunnen thans zondigen tegen De Mens.
Hoe zou die Mens met zijn universele normen en waarden dan zijn ontstaan, en waar treft men hem aan? Niet bij de vele culturen en volkeren die de wereld bevolken en die allemaal uiteenlopende of onverenigbare morele opvattingen huldigen. Niet in de natuur, gestuurd door de evolutie, die de aanpassing bevordert aan zeer uiteenlopende biotopen, en dus de aanzet geeft tot een bonte verzameling van culturen.
Neen, de Mens is een schimmig fenomeen, gedestilleerd uit transcendente verzuchtingen.
Transcendent is alles wat behoort tot een verzonnen wereld, elk concept dat opgehangen is aan hemelhaken (term die we danken aan de filosoof Daniel Dennett), alles wat zich in het ijle en irreële beweegt. Wie met beide voeten op de grond staat beseft dat, als er al sprake zou zijn van een universele Mens, dit eerder een door hebzucht en machtswellust gedreven, agressieve creatuur zou zijn, die er in uitzonderlijke, en waarschijnlijk hoogst kortstondige omstandigheden, zoals die zich voordoen in een democratie, in slaagt deze kenmerken te temperen door overleg en bepaalde vormen van wederzijds altruïsme.
De MENS is een uitvinding van de menswetenschappen.
Ongetwijfeld is dé mens een interessant levend wezen, net als de eschericia coli, de coelaocanth en de dromedaris.
Wanneer men wegstreept alles wat des mensen is, te weten alle verschillen – van herkomst, cultuur, taal, geschiedenis, godsdienst, tradities, zeden en gewoonten, mentaliteit, genoom, aanleg, voorkomen, opvoeding, afkomst, intelligentie – blijft de gelijke mens over. Dat is de démarche van de filantropen.
Zelfs eeneiige tweelingen zijn ongelijk.
De mythe van de gelijkheid is het absolute nulpunt van het politieke denken. Hebben alle mensen dan niet dezelfde rechten? Neen, omdat rechten worden afgedwongen, toegekend, gewaarborgd en gehandhaafd in een historische context, binnen een bepaalde gemeenschap, volgens normen die van gemeenschap tot gemeenschap verschillen.
Gelijkheid is een grondrecht, zo luidt het eerste axioma van de Universele verklaring van de rechten van de mens. De bewering lijkt eerder toepasselijk op engelen. Hoewel, zelfs engelen treden aan in een hiërarchisch gelid. En de hoofdengel Lucifer werd door ambitie, afgunst en wrok verteerd.
Gelijkheid is een valbijl. Robespierre heeft het gedemonstreerd, en Pol Pot heeft zijn methode op een tot dusver onovertroffen wijze verfijnd.
De sansculotten eisten ‘gelijkheid van genietingen’. Bizar, of de logische ultieme consequentie van het utopische denken?
Het is opmerkelijk hoe de socialistische politici, zelfbenoemde mandatarissen van de gelijkheid, overal vrolijk mee regeren en een economische orde in stand houden die de ongelijkheid bestendigt en bevordert.
Laten we wel wezen. De mens, zonder hoofdletter, wil niet gelijk zijn, hij wil beter zijn. Hij wil geen gelijke kansen, hij wil betere kansen. Hij wil geen gelijke rechten, hij wil betere rechten. De drijfveer van maatschappelijk handelen is niet de broederlijkheid maar het eigenbelang, vertaald in ambitie en hebzucht.
Men wil niet gelijk zijn, men wil erkend worden. Als zanger, voetballer, bergbeklimmer, als entertainer, quizfenomeen of zelfs politicus, om zijn verstand, fortuin, brede borst, mooie benen, zwembad of boot. Concurrentie en competitie zijn schering en inslag van het economisch reilen en zeilen, en van wat men, met veel goede wil, de volkscultuur kan noemen. We worden overstelpt met wedstrijden, prijsvragen, concours en tornooien, met ranglijsten, polls en peilingen. De drang om de medemens te overtreffen leidt, dank zij de massamedia, tot ongeëvenaarde hoogtepunten van potsierlijkheid.
Gelijke kansen? Hoe zouden de zwarte scholen ontstaan zijn? Ouders willen betere kansen voor hun kinderen.
Gelijke rechten? De ‘ elite’ die dit verkondigt, eigent zich steeds meer exclusieve rechten toe. Zo is de Europese Unie haar instrument om de politieke rechten van de volkeren te fnuiken.
Men zal opwerpen dat dergelijke voorbeelden uit de dagelijkse praktijk niet wegnemen dat gelijkheid een nastrevenswaardig ideaal is. Waarop zou men zich dan kunnen steunen om de kwestie te beslechten? Noch de nature, noch de nurture bieden terzake enig houvast. Genen en gebruiken zijn als vormgevers van de mens en zijn beschaving onontwarbaar met elkaar verstrengeld. De enige maatstaf is zijn handel en wandel.
Gelijkheid wordt begrensd door culturen en economische omstandigheden. Binnen een bepaalde cultuur en onder welomschreven voorwaarden, vastgelegd in wetten en andere voorschriften kunnen burgers min of meer gelijk behandeld worden. Voorbeeld: in moslimlanden worden alle vrouwen krachtens de Koran gelijk behandeld.
Integratie zou zijn ‘het als gelijkwaardig in de samenleving opnemen van een andere bevolkingsgroep (van een ander ras)’ (Van Dale) Wat is gelijkwaardig? Is het mogelijk een bevolkingsgroep te integreren die zich vanwege zijn band met de oppergod superieur voelt?
Zijn de vele varianten van het gevoel van eigenwaarde niet onverenigbaar met de gelijkwaardigheid?
Universele rechten veronderstellen universele normen. Tegenwoordig is er één universele norm: geld.
‘Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren.’ (Universele verklaring van de rechten van de mens)
Een intrigerende bewering.
Geen enkele mens wordt vrij geboren. De pasgeborene zal gedurende jaren afhankelijk zijn van en onderworpen aan het gezag van ouders en opvoeders. Verder zal de graad van vrijheid die hij kan verwerven worden bepaald door de culturele en economische context van zijn geboortestreek. Is een persoon vrij die geboren wordt in een gezin dat onder de armoedegrens leeft, of in een staat waar een tiran of een tirannieke sekte heerst?
2,8 miljard mensen moeten rondkomen van minder dan 2 dollar per dag. Zijn zij vrij? Worden hun kinderen vrij geboren?
Zou de moslim ‘vrij geboren’ worden? Het lijkt me onwaarschijnlijk. Moslim betekent immers letterlijk ‘onderworpen aan Allah’.
Er zijn, in de reële wereld twee soorten van vrijheden: de vergunde en de veroverde. Beide soorten zijn beperkt en voorlopig.
De vergunde vrijheden zijn de politieke rechten en vrijheden, die voortdurend door machthebbers allerhande worden bedreigd. Zo ligt thans in Europa de vrijheid van meningsuiting onder zwaar multicultureel vuur.
Veroverde vrijheid is een creatie van elk individu, en het vergt vaak een heel leven om een mate van autonomie te verwerven.
Hoe kan iemand geboren worden, bekleed met waardigheid?
Waardig is wat eerbied verdient of wekt, en eerbied is een gevoel van bewondering voor een superieure persoon.
Waardigheid kan niet worden afgeleid uit een declaratie of decreet. Men verwerft ze door zijn gedrag en verdienste. Respect dwingt men af door een beschaafde levenswandel of door wetenschappelijke of artistieke prestaties
De vaak met veel pathos gehanteerde concepten vrijheid, waardigheid en gelijkheid fungeren als rookgordijnen die verhullen hoe bar en boos het in de wereld toegaat.
Ze zijn niets meer dan woorden, van een hoofdletter voorzien en tot idolen verheven. Zo worden woorden waarden, en in het ergste geval worden waarden zwaarden. Hoeveel miljoenen mensen zijn er niet over de kling gejaagd in naam van de Gelijkheid, net zoals dat, ook vandaag nog gebeurt in naam van de enige ware God, de Barmhartige.
De geschiedenis is de triomftocht van de met waardigheid beklede mens die een eindeloze stoet van verhakkelde, vertrappelde, verhongerde en verkrachte slachtoffers aan zijn zegekar heeft gebonden.
In de Declaration of Independence werd nog verwezen naar een Schepper, die de Mens onvervreemdbare rechten zou hebben verleend. Inmiddels is gebleken dat het bestaan van zulk een Schepper niet op overtuigende wijze kan worden aangetoond. De Universele Verklaring blijft dan ook in het ongewisse aangaande de oorsprong van de
bijzondere attributen. Zij vertoont, net als de godsdiensten, de
op zich tegenstrijdige kenmerken van onbewijsbaarheid en aanspraak op algemene gelding.
Rechten waarmee men geacht wordt geboren te zijn noemt men ‘natuurlijke rechten’. Zij vloeien, naar verluidt, voort uit de ‘menselijke natuur’. Het humanisme dat deze term hanteert is een luchtspiegeling. Het komt niet verder dan de tautologie: een mens is een mens is een mens. Er is geen MENS. Er zijn enkel individuen met elk een eigen achtergrond en programma. Zij behoren tot stammen, rassen, clans, corporaties, religies, of belangengroepen die elkaar vaak het licht in de ogen niet gunnen, en dat in het beste geval enigszins weten te verdoezelen. Zij verschillen van elkaar in alle opzichten: geschiedenis, traditie, zeden, gewoonten en gebruiken, morele normen en politieke opvattingen, rechtsregels, kunst, wetenschap en technologie.
Enkele beschouwingen over de menselijke natuur:
‘L’homme se définit par le triple caractère archaique, infantile, névrotique.’ (de socioloog Edgar Morin, Le vif du sujet)
‘Homo sapiens has a long history of groups trying to exterminate other groups... the practice has been so widespred that it might be considered a characteristic of our species.’ (de evolutionair bioloog Paul E. Ehrlich, ’Human natures’)
‘We need to focus hard on individual human nature rather than rely on the vague truism of the collective ‘average’ or even the universal.’ (de bioloog Gabriel Dover, ’Dear Mr. Darwin’)
‘Omdat de natuurlijke selectie heeft ingewerkt op het gedrag van mensen die zichzelf en hun directe verwanten bevoordelen, dwingt de menselijke natuur ons in de richting van zelfzuchtigheid en stamverbondenheid. (de sociobioloog E.O. Wilson ‘De gouden kooi’)
‘The very idea of human nature is incompatible with a genuinely evolutionary understanding of our species’ immers, ‘human populations are characterized by evolved psychological variation, mutiple minds, rather than a single mind that is universal within human populations.’ (de filosoof David Buller, ’Adapting minds’).
‘I quite agree that our human rights culture is morally superior, but I do not think that this superiority counts in favor of the existence of a universal human nature.’ (de filosoof Richard Rorty, ’Truth and Progress’)
‘The study of human nature is at about the same stage as the study of the human genome, which is at about the same stage as the mapping of the world in the time of Herodotus.’(de zoöloog Matt Ridley, ’The red queen’)
‘Que peut bien ëtre la nature d’un homme, en dehors de ce qu’il est concrètement dans son existence présente?’ (Sartre, ’Situations III’)
In het model van Sigmund Freud wordt de menselijke natuur gedreven door twee krachten: zelfbehoud en seksuele drift. Menselijk gedrag is in hoge mate het product van onbewuste impulsen. Hier valt weinig inherente vrijheid of waardigheid aan vast te knopen. Egoïsme is dé menselijke drijfveer. Met de revelatie, later in zijn loopbaan van Thanatos, de destructieve neiging in de mens, wordt het plaatje nog somberder.
Karl Marx was een andere kenner van de menselijke natuur. Hij maakte een onderscheid tussen ‘vaste’ en ‘relatieve’ aandriften. Seks en honger behoren tot de eerste categorie. Alle andere neigingen, zoals deugden en ondeugden, ‘maken geen integrerend deel uit van de menselijke natuur’ maar ‘vinden hun oorsprong in bepaalde sociale structuren en bepaalde voorwaarden van productie en communicatie’. (geciteerd in Erich Fromm, ‘Marx’ s contribution to the knowledge of men’)
Wat volgt hieruit? Dat de aangeboren natuur van DE MENS bestaat in zijn aandrang om te paren en zich te voeden. Alle andere kenmerken verschillen van elkaar, afhankelijk van het sociale systeem. Niet echt een solide basis voor universele mensenrechten.
De in postmarxistische kring geprezen Franse filosoof Alain Badiou weet het volgende te melden over de Mens: ‘Met betrekking tot zijn eenvoudige natuur, zit de mens in hetzelfde schuitje als zijn biologische metgezellen. Deze systematische moordenaar streeft in de reusachtige mierenhopen die hij heeft opgebouwd belangen van overleving en bevrediging na, die niet meer noch minder achtenswaardig zijn dan het streven van de mollen of de glimwormen.’
Alain is wel erg radicaal, maar één zaak is zeker; bij hem moeten we de grondslag van de aangeboren menselijke waarheid, vrijheid en gelijkheid niet zoeken.
Is de Mens een analfabeet, zoals er miljarden zijn, of de aan bloed, seks en spelen verhangen voyeur die in het welvarende Westen zo vaak wordt aangetroffen, of een Kantiaan die het geloof in de Rede belijdt, zoals er 3.178 zijn?
De autonome mens die zich met het vlijmscherpe bijltje van zijn Rede een weg baant door het oerwoud van hartstochten, angsten, noden en belangen, is even zeldzaam als de bonobo op het Poolijs.
De functie van de rede is niet zozeer het formuleren van oordelen dan wel het verwerpen van vooroordelen.
Larousse geeft volgende definitie van de menselijke natuur: ‘ensemble des caractères particuliers, des dispositions qui distinguent un individu’ (cursivering van mij). Elke mens heeft een eigen natuur.
De Amerikaanse auteur Louis Menand : ‘What the new sciences of human nature seem to show, for all their investigation down there among the genes and the neural networks, is that ‘human nature’ is as much an abstraction as ‘God’ or ‘the universal law’. It is a magic wand that people wave over the practices they approve of. If that makes them feel better, who can complain? Human nature is never the reason for their approval, though’(The New Yorker, 22/11/2002).
Er is een apennatuur. Alle apen apen andere apen na. Wanneer de rechtop lopende aap begon te spreken is zijn natuur opgelost in een Babelse chaos.
De fictie van een ‘menselijke natuur’ is ook de grondslag van de Islam, die pretendeert de vitale behoeften en instincten van de mens te bevredigen. De leerstellingen van de sharia
die uit deze premisse voortvloeien verschillen nogal grondig van de westerse mensenrechten. Elke godsdienst heeft zijn eigen opvatting over de ‘menselijke natuur’.
Rechten worden niet uit een metafysische hoge hoed getoverd, maar vloeien voort uit strijd en praktijkervaring. Het is een langzaam proces. De ontwerpers van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring voerden de vrijheid principieel hoog in het vaandel, maar in de praktijk hadden ze geen bezwaren tegen de slavernij, die pas na de Burgeroorlog werd afgeschaft. De gelijkheid voor de wet veroverden de zwarte Amerikanen pas in de jaren zestig van de twintigste eeuw. Rechten worden afdwingbaar nadat een gemeenschap heeft ingezien dat zij beter zal functioneren wanneer bepaalde gangbare standpunten en praktijken worden verlaten. Zo is, na decennia van bitter debat, het vrouwenstemrecht ingevoerd. Zo hebben de arbeiders, na bijna een eeuw van oproer, het recht bevochten om zich in bonden te verenigen. Zo is er in Europa eeuwenlang gestreden tegen willekeurige opsluiting, en voor vrijheid van mening.
Niet samenhorigheid maar rivaliteit is de drijfveer van homo sapiens. Abel en Kain hebben eens en voor altijd de toon gezet. Zie ook Josef en zijn broeders. (Ik bedoel hier de oogappel van de vrouw van Putifar).
Zelfs de heiligen waren afgunstig van elkaar – naar het voorbeeld van de engelen wellicht.
Boeddha werd door de wijzen van zijn tijd misprezen.
De geschiedenis is een baaierd van conflicten; veroveringen, massamoord, triomf van de sterkste en knechting van de zwakke.
In het Westen is voor het eerst een systeem uitgeprobeerd dat de rivaliteit inperkt tot de economische sfeer, met een vreedzame competitie en een herverdeling van goederen die, in principe, ook de minst kansrijken toegang verschaft tot het levensnoodzakelijke. Dit systeem, opgebouwd uit een ingewikkelde serie van checks and balances is uiterst kwetsbaar.
Er kleven twee geringe bezwaren aan de universele mensenrechten: ze zijn, althans buiten de westerse wereld, geen rechten, want niet afdwingbaar, en ze zijn derhalve niet universeel.
Men kan de mensenrechten duiden als de blauwdruk van een utopie, een idyllische situatie die nooit heeft bestaan, en die, zo laat het zich aanzien, ook nooit zal bestaan.
Het zou al een enorme vooruitgang betekenen indien wij erin zouden slagen de primaire mensenrechten te handhaven, zoals die door Locke zijn beschreven, te weten het recht op leven en fysieke integriteit, het recht op eigendom, en de politieke rechten en vrijheden.
De tendens wijst, mede onder de druk van de demografische explosie, in de omgekeerde richting: een mensenleven is in uitgestrekte gebieden nog steeds geen prik waard, en in het Westen wordt door de supranationale en ondemocratische bureaucratie en haar politieke achterban ijverig aan de rechten en vrijheden geknaagd.
Jos De Man
|
|
|
 |
|
|