Startpagina Fotogalerij   Info   Zoeken   Halle-Vilvoorde  
  Notities van mijn vader
  Nota's van mijn vader


Multicultureel desaster

22.04.2007 08.34u - Naar aanleiding van de sluiting, in februari, van het Heilig Hartcollege te Ganshoren, schreef ik volgend commentaar:

In het lijfblad van paars schetst hoofdredacteur Yves Desmet een ontluisterend beeld van de toestand in het Heilig Hartcollege te Ganshoren, vijftien jaar geleden nog een ‘aso-prestigeschool.’
Desmet schrijft:’ De taalachterstand is groot, omdat het om een concentratieschool met bijna uitsluitend kinderen van buitenlandse afkomst gaat, met een schoolbetrokkenheid van de ouders die vaak nul is. Er zitten leerlingen van 14 die niet weten hoeveel 4 maal 5 is. Kinderen in een derde secundair die hun hele schoolcarrière in het Nederlands hebben gedaan, maar geen zin kunnen lezen of schrijven.’ (De Morgen, 16 februari 2007)
In vele andere scholen in de steden is, zoals nu stilaan wel algemeen bekend is, de catastrofe niet minder groot.
Desmet verwijst naar het gebrek aan ‘middelen om te investeren in de infrastructuur’. Alsof taalachterstand kan verklaard worden door het verval van een schoolgebouw. Betrekkelijk verval overigens, want ‘de buitenzijde van het gebouw oogt nog wel fraai.’ En, stelt de overheid vandaag minder middelen ter beschikking dan vijftien jaar geleden?

Een tweede factor van de teloorgang van het instituut is volgens de commentator de onwil van het Vlaamse lerarenkorps om in Brussel te werken, ‘en dan nog met zulke kinderen’. Hier weerklinkt, zij het in mineur, het thema van het schuldcomplex, een sleutelbegrip van de multiculturele leer. Als het slecht gaat met de allochtonen is het onze schuld. Leraren passen ervoor uitgejoeld, bespot, bespuwd, en gemolesteerd te worden, en jarenlang les te geven zonder resultaat. Dragen zij het hart wel op de juiste plaats?
De Morgen heeft ooit een advertentie voor zichzelf gepubliceerd waarvan de tekst luidde: ‘Indien we niet met hen praten, hoe kunnen ze dan Nederlands leren?’
Tja, hoe zou het komen, dat ze geen of gebrekkig Nederlands spreken? Niet dus, omdat hun moeders geen Nederlands spreken. Geenszins omdat zeventig procent van die moeders uit het thuisland worden geïmporteerd.
Evenmin omdat ze zich in getto’s opsluiten en naar de Arabische televisie kijken. En echt niet omdat ze ongelukkig worden wanneer hun dochters en zusters met autochtonen omgaan.
Neen, dat zijn volgens De Morgen niet de oorzaken. ‘Wij’ zijn de oorzaak.
En we moeten niet proberen de blaam te ontlopen door op te merken dat het, om Nederlands te leren, meestal volstaat op te letten tijdens de les Nederlands. Dat is immers weer een poging om ons te ontrekken aan onze plicht als burgers van een kleurrijke maatschappij. ‘Wij’ moeten onverwijld de conversatie aanknopen, Joost mag weten waarover. En in welke taal. Want als ze geen Nederlands spreken hoe moeten we ze dan aanspreken? In het Berbers?

In alle ernst nu, wie draagt de verantwoordelijkheid voor het educatieve desaster, waarvan de allochtonen het slachtoffer zijn?
Zijn het niet op de eerste plaats de opeenvolgende federale regeringen die een beleid hebben gevoerd waarvan het concrete resultaat is dat grote aantallen kanslozen toestroomden en blijven toestromen, welke kanslozen dan weer kansloze kinderen krijgen, die na een vruchteloos onderwijscurriculum steeds vaker in het drijfzand van de permanente werkloosheid wegzinken? Was het bizarre mengsel van laksheid, radeloosheid, collectivisme en electorale berekening wel een beleid?
Getuigt het van inzicht de werkloosheid van allochtonen te wijten aan discriminatie? Is het stadsbestuur van ‘Antwerpen is van A’, dat onder zijn werknemers twee procent allochtonen telt, schuldig aan discriminatie? Wordt de Vlaamse regering, met een gelijkaardige score,
bemand door lieden die zich bij de aanwerving laten leiden door voorkeuren geïnspireerd door huidskleur, herkomst, of geloof?
Leterme liet zich onlangs ontvallen dat ‘wij’ de fouten die met betrekking tot Marokkanen en Turken zijn gemaakt, niet mogen herhalen (DS-website 10 februari 2007). Een ophefmakende verklaring, die een aantal belangrijke vragen oproept. Welke fouten waren dat? Wie heeft ze begaan? Wat waren hun motieven? Hoe hadden ‘ wij’ het probleem van de Marokkaanse en Turkse immigratie dan wel moeten aanpakken?
Stof genoeg voor interviews, debatten en kritische commentaren, zo zou men denken.
Vergeet het maar. Misschien is me ergens iets ontgaan, maar de media die ik raadpleegde citeren het bericht van Belga en daarmee is de kous af.
Zou het nochtans niet leerzaam zijn te vernemen hoe Leterme denkt over de immigratiepolitiek van Tindemans, Martens, Eyskens, en Dehaene, stuk voor stuk ‘wijzen’ van zijn partij?
En wat kan nog ondernomen worden om dit ‘onzalige tij’ te keren van het onderwijsfiasco dat allochtonen treft, en dat onverbrekelijk verbonden is met hun zorgwekkende werkloosheid?
Yves Desmet weet het ook niet. Hij vraagt de Vlaamse minister-president beleefd of hij ‘ daaraan iets verhelpen’ wil.
Benieuwd of hij een antwoord ontvangt. Misschien wil Leterme wel iets doen aan de ‘schoolbetrokkenheid van de ouders’.

Ganshoren, zoveel is inmiddels wel duidelijk, is het onweerlegbare bewijs dat een systeem, dat al wie erin slaagt het Belgische grondgebied te bereiken op termijn zonder verdere voorwaarden het statuut van ingezetene en zelfs de Belgische nationaliteit verleent, tot falen gedoemd is. Ganshoren is het symbool van de mislukte integratie en het grafmonument voor de multiculturele ideologie.

Jos de Man


25.08.2008 .......  Patrick verzet de bakens
06.06.2008 .......  Veilig Nederland
30.05.2008 .......  Campagne
29.03.2008 .......  De stralende toekomst van Darfoer
27.03.2008 .......  Provocatie
02.02.2008 .......  Spijt

 Archief


Multicultureel desaster

02.02.2008 17.35u - Naar aanleiding van de sluiting, in februari, van het Heilig Hartcollege te Ganshoren, schreef ik volgend commentaar:

In het lijfblad van paars schetst hoofdredacteur Yves Desmet een ontluisterend beeld van de toestand in het Heilig Hartcollege te Ganshoren, vijftien jaar geleden nog een ‘aso-prestigeschool.’
Desmet schrijft:’ De taalachterstand is groot, omdat het om een concentratieschool met bijna uitsluitend kinderen van buitenlandse afkomst gaat, met een schoolbetrokkenheid van de ouders die vaak nul is. Er zitten leerlingen van 14 die niet weten hoeveel 4 maal 5 is. Kinderen in een derde secundair die hun hele schoolcarrière in het Nederlands hebben gedaan, maar geen zin kunnen lezen of schrijven.’ (De Morgen, 16 februari 2007)
In vele andere scholen in de steden is, zoals nu stilaan wel algemeen bekend is, de catastrofe niet minder groot.
Desmet verwijst naar het gebrek aan ‘middelen om te investeren in de infrastructuur’. Alsof taalachterstand kan verklaard worden door het verval van een schoolgebouw. Betrekkelijk verval overigens, want ‘de buitenzijde van het gebouw oogt nog wel fraai.’ En, stelt de overheid vandaag minder middelen ter beschikking dan vijftien jaar geleden?

Een tweede factor van de teloorgang van het instituut is volgens de commentator de onwil van het Vlaamse lerarenkorps om in Brussel te werken, ‘en dan nog met zulke kinderen’. Hier weerklinkt, zij het in mineur, het thema van het schuldcomplex, een sleutelbegrip van de multiculturele leer. Als het slecht gaat met de allochtonen is het onze schuld. Leraren passen ervoor uitgejoeld, bespot, bespuwd, en gemolesteerd te worden, en jarenlang les te geven zonder resultaat. Dragen zij het hart wel op de juiste plaats?
De Morgen heeft ooit een advertentie voor zichzelf gepubliceerd waarvan de tekst luidde: ‘Indien we niet met hen praten, hoe kunnen ze dan Nederlands leren?’
Tja, hoe zou het komen, dat ze geen of gebrekkig Nederlands spreken? Niet dus, omdat hun moeders geen Nederlands spreken. Geenszins omdat zeventig procent van die moeders uit het thuisland worden geïmporteerd.
Evenmin omdat ze zich in getto’s opsluiten en naar de Arabische televisie kijken. En echt niet omdat ze ongelukkig worden wanneer hun dochters en zusters met autochtonen omgaan.
Neen, dat zijn volgens De Morgen niet de oorzaken. ‘Wij’ zijn de oorzaak.
En we moeten niet proberen de blaam te ontlopen door op te merken dat het, om Nederlands te leren, meestal volstaat op te letten tijdens de les Nederlands. Dat is immers weer een poging om ons te ontrekken aan onze plicht als burgers van een kleurrijke maatschappij. ‘Wij’ moeten onverwijld de conversatie aanknopen, Joost mag weten waarover. En in welke taal. Want als ze geen Nederlands spreken hoe moeten we ze dan aanspreken? In het Berbers?

In alle ernst nu, wie draagt de verantwoordelijkheid voor het educatieve desaster, waarvan de allochtonen het slachtoffer zijn?
Zijn het niet op de eerste plaats de opeenvolgende federale regeringen die een beleid hebben gevoerd waarvan het concrete resultaat is dat grote aantallen kanslozen toestroomden en blijven toestromen, welke kanslozen dan weer kansloze kinderen krijgen, die na een vruchteloos onderwijscurriculum steeds vaker in het drijfzand van de permanente werkloosheid wegzinken? Was het bizarre mengsel van laksheid, radeloosheid, collectivisme en electorale berekening wel een beleid?
Getuigt het van inzicht de werkloosheid van allochtonen te wijten aan discriminatie? Is het stadsbestuur van ‘Antwerpen is van A’, dat onder zijn werknemers twee procent allochtonen telt, schuldig aan discriminatie? Wordt de Vlaamse regering, met een gelijkaardige score,
bemand door lieden die zich bij de aanwerving laten leiden door voorkeuren geïnspireerd door huidskleur, herkomst, of geloof?
Leterme liet zich onlangs ontvallen dat ‘wij’ de fouten die met betrekking tot Marokkanen en Turken zijn gemaakt, niet mogen herhalen (DS-website 10 februari 2007). Een ophefmakende verklaring, die een aantal belangrijke vragen oproept. Welke fouten waren dat? Wie heeft ze begaan? Wat waren hun motieven? Hoe hadden ‘ wij’ het probleem van de Marokkaanse en Turkse immigratie dan wel moeten aanpakken?
Stof genoeg voor interviews, debatten en kritische commentaren, zo zou men denken.
Vergeet het maar. Misschien is me ergens iets ontgaan, maar de media die ik raadpleegde citeren het bericht van Belga en daarmee is de kous af.
Zou het nochtans niet leerzaam zijn te vernemen hoe Leterme denkt over de immigratiepolitiek van Tindemans, Martens, Eyskens, en Dehaene, stuk voor stuk ‘wijzen’ van zijn partij?
En wat kan nog ondernomen worden om dit ‘onzalige tij’ te keren van het onderwijsfiasco dat allochtonen treft, en dat onverbrekelijk verbonden is met hun zorgwekkende werkloosheid?
Yves Desmet weet het ook niet. Hij vraagt de Vlaamse minister-president beleefd of hij ‘ daaraan iets verhelpen’ wil.
Benieuwd of hij een antwoord ontvangt. Misschien wil Leterme wel iets doen aan de ‘schoolbetrokkenheid van de ouders’.

Ganshoren, zoveel is inmiddels wel duidelijk, is het onweerlegbare bewijs dat een systeem, dat al wie erin slaagt het Belgische grondgebied te bereiken op termijn zonder verdere voorwaarden het statuut van ingezetene en zelfs de Belgische nationaliteit verleent, tot falen gedoemd is. Ganshoren is het symbool van de mislukte integratie en het grafmonument voor de multiculturele ideologie.

Jos de Man
© 2005-2008 Filip De Man